WIJ ZETTEN DE STANDAAR VOOR ONDERWIJS

PRIORITEIT 3

De UHasselt van 2030 zal opnieuw koploper zijn inzake onderwijsvernieuwing. Wij zullen hierin dermate excelleren dat we de standaard zetten. We hebben dat jarenlang gedaan, maar we zijn die koppositie verspeeld. Er wordt niet meer in eerste instantie naar ons gekeken. We brengen dat terug.

 

Daarom is onze derde prioriteit excellent, vernieuwend onderwijs, en dat sterk geënt op ons onderzoek. We creëren een ‘UHasselt-effect’ en maken daar ons handelsmerk van. Naar analogie met het Californië-effect (volgens hetwelk Californië vaak de standaard zet voor de Amerikaanse federale overheid (D. Vogel, 1995)) en het Brussel-effect (volgens hetwelk de EU vaak de standaard zet voor de wereld (A. Bradford, 2012)), zetten wij de standaard voor het onderwijs aan de universiteiten.

 

Voor onze afgestudeerden van morgen willen we een eenduidig, sterk onderwijsbeleid. De kwaliteit van het onderwijs aan UHasselt moet hoog in het vaandel staan met een blik op de toekomst en we moeten dat op een adequate manier uitbouwen en bewaken.

 

Maar we mogen niet zelfgenoegzaam worden. We moeten blijven investeren en innoveren in ons onderwijs, onder meer in digitalisering, in onze infrastructuur, in onze kwaliteitszorg,…

 

Zeker wat het onderwijsbeleid betreft, betrekken we daar steeds de studenten goed bij (via StuRa, vertegenwoordigers,…). Zij zijn uiteindelijk onze ‘klant’.

 

Verschillende doelstellingen en maatregelen zijn al eerder in dit plan aan bod gekomen, maar we denken bijkomend nog aan de onderstaande doelstellingen en maatregelen.

DOELSTELLINGEN EN MAATREGELEN

1. We zetten in op excellent, innovatief onderwijs in een moderne omgeving

 

We gaan onze nummer 1-positie in excellent, innovatief onderwijs opnieuw claimen. De voorbije jaren zijn we die verloren. Om dat extra te stimuleren gaan we onder meer nog meer inzetten op de Innovatieve Onderwijsprojecten (IOP). Hier zijn al heel veel mooie projecten uit gegroeid, maar het kanaal is ondergefinancierd. We nemen dergelijke projecten ook mee in de ZAP-evaluatie, zodat we het belang duidelijk maken.

 

We versterken onze onderwijsexpertise via onderzoek, opleidingen, uitwisselingen met andere universiteiten, interne contacten,… We specialiseren ons ook verder in onze eigen innovaties (zoals in het opdracht- en probleemgestuurd onderwijs binnen Rechten). We zorgen er vervolgens voor dat de expertise heel goed doorsijpelt doorheen de organisatie. Heel hands on, via gepersonaliseerde hulp aan docenten/assistenten/tutoren. Iedereen moet bij hulp echt een gevoel hebben van vooruit te gaan.

 

De UHasselt kan echter alleen maar inzetten op excellent onderwijs als de infrastructuur voldoet aan een goed uitgeruste campus. Op de campus Diepenbeek is al een aantal jaren geleden begonnen met de renovatie van het gebouw D, maar dat is gestopt bij de vernieuwde agora, het restaurant en de bibliotheek. Het gebouw is dringend aan een grondige, duurzame totaalrenovatie toe. Collegezalen, werkruimten, leslokalen, sanitaire voorzieningen,… zijn versleten en dringend aan vernieuwing toe.

 

Daarnaast moeten de ICT-mogelijkheden geoptimaliseerd en gemoderniseerd worden vooraleer ze geïmplementeerd kunnen worden om het onderwijs te excelleren tot nieuwe hoogtes. Sinds het begin van de coronacrisis werden we nog maar eens met de neus of de feiten gedrukt dat de reeds ingezette digitalisering en distance learning een nog grotere rol gaan spelen in het onderwijslandschap. Dit wordt voor ons een van dé prioriteiten waarop we sterk willen gaan inzetten. De vernieuwing van de ICT-infrastructuur in gebouw D campus Diepenbeek is hiervoor ons eerste objectief. Simultaan gaan we voor moderne live stream mogelijkheden om met afstandsonderwijs elke student te kunnen bereiken (ook in campus Hasselt). Deze live stream techniek kan ook gebruikt worden voor studiedagen e.d. We bekijken ook de piste om iets als ‘Bednet’ uit het secundair onderwijs ook aan de UHasselt aan te bieden.

 

Opdat iedere docent de ICT-mogelijkheden optimaal kan gebruiken en toepassen tijdens fysieke of virtuele contactmomenten met studenten hetzij tijdens een hoorcollege, een werkzitting, een examen of een feedbackgesprek,… zullen we de onderwijsprofessionalisering van docenten versterken door het aanbieden van specifieke, doelgerichte opleidingen in het gebruik van ICT. Dit laat ook toe om verder in te zetten op de mogelijkheden van competentiegericht onderwijs, dit zowel op campus Hasselt als campus Diepenbeek met een klare visie op de toekomst van het onderwijs.

 

Niet alleen zal van de student van morgen meer zelfstandigheid, maar ook meer verantwoordelijkheidszin gevraagd worden. Hier is een vooruitstrevende organisatie van onderwijs aan de UHasselt van cruciaal belang. Studenten maken niet alleen plezier met elkaar, maar zullen nog meer dan tot nu toe elkaar moeten vinden om van elkaar te leren. Wij willen hiervoor per opleiding een pool opzetten van ouderejaarsstudenten zodat tijdens gezamenlijke lesvrije momenten studenten vanaf tweede jaar bachelor als ervaringsdeskundigen kunnen worden ingeschakeld om eerstejaars te helpen bij het verwerken van opleidingsonderdelen (OPO’s). We dopen het nu ‘8 wordt 12’. We zijn ervan overtuigd dat door dergelijke contacten de eerstejaarsstudenten de UHasselt leren kennen als een laagdrempelige universiteit die begrip heeft voor de noden van een eerstejaarsstudent om de leerstof op een adequate manier te verwerken. Dergelijke systemen bestaan al in het secundair onderwijs en ook bijvoorbeeld de Thomas More Hogeschool in Geel voorziet lesvrije momenten voor eerstejaarsstudenten specifiek met de bedoeling met ouderejaarsstudenten in contact te komen.


Wij zetten vol in op onze studenten, zodat ze alle mogelijke opportuniteiten krijgen om een loopbaan uit te bouwen na hun masterstudies en ze, voor die opleidingen waar we enkel de bachelor aanbieden, ‘smoothly’ kunnen doorstromen naar andere universiteiten om daar hun studies te vervolledigen. Ook onze PhD-studenten willen we alle mogelijke kansen bieden door een geïntegreerd internationaal kader te creëren binnen de doctoral schools.


Als civic universiteit stopt ons onderwijsbeleid niet bij het afleveren van diploma’s maar gaan we ook voor de Sustainable Development Goals waar we inzetten op levenslang leren, kwaliteit en inclusief, universeel toegankelijk onderwijs,
gendergelijkheid,…. We zijn doorheen ons onderwijsbeleid ook altijd aandachtig voor interculturele communicatie.

 

Ook hier geldt: meten is weten. We brengen onze onderwijsvernieuwing in kaart, en wijzen er telkens op, om zo van het UHasselt-effect een merk maken.

 

2. We versterken de contacten met de stakeholders in het onderwijs

 

Met de stakeholders van de hogescholen en het secundair onderwijs willen we een vernieuwd partnerschap aangaan om elkaar beter te leren kennen en te streven naar een gemeenschappelijke visie op het onderwijs van de toekomst met oog voor de specifieke noden van elke partner. We kunnen heel veel van elkaar leren.

 

De uitdagingen van het onderwijs zijn extreem groot in de maatschappij die in een enorm snel tempo verandert en waar het onderwijs op een gepaste, flexibele manier moet op kunnen reageren. Daarom willen we niet alleen de onderwijswereld hierin betrekken maar gaan we ook het overleg aan met de lokale overlegplatforms om in te spelen op de alsmaar toenemende diversiteit van de leefwereld, die zich weerspiegelt in het onderwijs.

 

Om een brug te vormen met secundaire scholen en hogescholen gaan we inzetten op de jonge leerkrachten door aan de UHasselt te starten met een pool van studenten Educatieve Master waar toekomstige leraren en onderwijsinstellingen als werkgever, elkaar kunnen vinden. Tevens willen we het nascholingsaanbod voor de leraren en de klas- en individuele leerlingenactiviteiten aan de UHasselt beter stroomlijnen met een brede waaier van activiteiten gegoten in een overzichtelijk organogram. Een verdere uitbreiding van het aanbod naar secundaire scholen dringt zich op waarvoor de ploeg van educatieve medewerkers van álle faculteiten moet uitgebreid worden. Zij zullen didactische tools uitwerken en delen met zowel leraren als leerlingen/studenten van secundaire scholen/hogescholen.

 

De UHasselt moet zich als civic universiteit profileren als een laagdrempelig leer- en nascholingscentrum waar iedereen kan proeven van de laatste onderwijsvernieuwingen.

 

3. We organiseren een beter overleg met en tussen de faculteiten ‘Hoe gaat iedere faculteit om met het onderwijs?’

 

Hoe een faculteit omgaat met het ontwikkelen van OPO’s binnen een studierichting of een studiejaar blijft meestal binnen de onderwijsmanagementteams. Het uitzetten van horizontale en verticale leerlijnen binnen en tussen richtingen, opleidingen en faculteiten kan een werkmethode worden zodat studenten hun leertraject kan uitgezet worden bij het overschakelen naar een andere faculteit. Hiertoe willen we de faculteiten dichter bij elkaar brengen en tot overleg laten overgaan om elkaars curricula, didactische inzichten en onderwijsmethoden te leren kennen. Dit neemt bij de student niet alleen de onzekerheid weg bij het overschakelen, maar een overschakeling wordt meer transparant bij het al dan niet toekennen van vrijstellingen. De student ziet van meet af aan de consequenties van een omschakeling.

 

We stimuleren ook de opzet van honours programmes. We wisselen daartoe ervaringen uit en beraden ons bij andere universiteiten over mogelijkheden/structuren/aanboden.

 

4. We ontwikkelen een doordacht talenbeleid

 

In de eerste plaats is de kennis van het Nederlands bij onze instromende studenten een hot issue. We kunnen hier als universiteit niet blind voor zijn en we kunnen de verantwoordelijkheid ook niet louter doorschuiven naar het kleuter-, primair en secundair onderwijs. Wij moeten als maatschappelijke actor ook onze verantwoordelijkheid opnemen. Om het (academisch) Nederlands van beginnende studenten in te schatten, te toetsen, te remediëren, … zullen we eerst en vooral overleg plegen met de docenten en hun bevindingen samenbundelen. Op basis daarvan en mede in overleg met het onderwijs werken we een plan uit om de tekorten weg te werken bij startende studenten, en dit zowel voor de gesproken als de geschreven taal. Dit is een van de manieren waarmee we inzetten op een goede begeleiding doorheen het studietraject, zodat het studiesucces stijgt.

 

In de tweede plaats werken we ook een beleid uit rond andere talen. Deze opzet past binnen de richtlijnen van de Europese Unie waar de kennis van minstens twee talen naast de moedertaal nagestreefd wordt. In een groeiend aantal secundaire scholen worden reeds CLIL-lessen (Content and Language Integrated Learning) of LEF-lessen (Leren in het Engels en het Frans) gegeven om ook de taligheid naast het Nederlands bij jongeren te verhogen. Dat is een groot succes (zeker Frans)[1].Om de taligheid bij de studenten van de UHasselt te stimuleren behoort de integratie van CLIL en LEF in opleidingen aan de UHasselt tot de mogelijkheden, rekening houdend met de decretale regels in Vlaanderen. We hebben al veel vakken in het Engels, maar wat met les in nog andere talen (Frans/Duits/Spaans/…)? Dat zou ook betekenen dat we anderstalig studiemateriaal progressief gaan integreren in de opleidingen. Dit is geen evidentie, maar we willen de opportuniteiten zeker niet links lagen liggen om in te zetten op meertaligheid van de studenten. Zo zal meertaligheid van de studenten de internationale uitwisseling laagdrempeliger maken en contacten met buitenlandse universiteiten bevorderen. (Inter)nationaal zullen we op zoek gaan naar docenten die in een andere taal dan het Nederlands zullen gaan les geven. Hierbij zal afstandsonderwijs ook worden ingezet om een les aan de andere kant van de wereld in real time te geven aan studenten on of off één van de campussen van de UHasselt. Een dergelijke initiatief past perfect binnen een honours programme, waar we werk van maken. We kunnen er ook aan denken om CLIL/LEF-lessen aan de UHasselt aan te bieden voor leerlingen van het secundair onderwijs zowel in klasverband als op individuele basis.

 

5. We zorgen voor een positieve instellingsreview

 

In 2022 moeten een aanvraagdossier indienen voor een instellingsreview door de NVAO in 2023. Die aanvraag is nu al volop in voorbereiding. We gaan die als nieuwe ploeg heel goed moeten opvolgen, kritisch en met een frisse blik herbekijken, bijsturen waar nodig en vervolgens ook verder ontvouwen.

 

Bij de vorige review in 2017 kregen we slechts een oordeel ‘positief onder voorwaarden’. Dat moeten we absoluut opnieuw vermijden. Toen was de kritiek dat we de strategische doelstellingen op instellingsniveau niet systematisch monitorden. We gaan dus zeker stevig waken over de monitoring van het onderwijsbeleid. We zorgen op opleidingsniveau ook voor een actief verbeterbeleid en dat de PDCA-cyclus (plan, do, check, act) gesloten is. Verder hebben we heel wat good practices in de faculteiten en we gaan actief inzetten om die veel meer met elkaar delen.

 

Voor zover nog niet gebeurd, zullen we voor de voorbereiding van de instellingsreview een klankbordgroep inrichten (met o.m. collega’s in de Onderwijsraad).

 

6. We blijven verder inzetten op de groei van de UHasselt en op de democratisering van het hoger onderwijs

 

De verdere groei van de UHasselt, en zo ook de verdere democratisering van het hoger onderwijs in de regio is geen keuze, het is een must. Meer dan welke Vlaamse universiteit ook beseffen we het belang hiervan maar al te goed. De UHasselt moet een motor voor de regio blijven en moet dus inspelen op de noden van de regio. En die noden zijn er. De acht toekomstsectoren die in SALK naar voren worden geschoven, zijn daarbij een belangrijk vertrekpunt: life sciences en zorginnovatie; bouwinnovatie; vrijetijdseconomie; logistiek en mobiliteit; cleantech en energie; maakindustrie; land- en tuinbouw; en de creatieve sector. Intussen is SALKturbo opgestart om de Limburgse economie verder structureel te vernieuwen. We geven daar onze volle steun aan. We zijn heel blij dat collega Piet Pauwels dit mee gaat aansturen en dat ook verschillende andere collega’s hier nauw bij betrokken gaan zijn.

 

Mede op basis van de bevindingen van SALK is het Groeiplan voor de UHasselt opgesteld met de dringende roep voor 12 noodzakelijke nieuwe opleidingen. Met de toekenning van slechts 4 van de 12 gevraagde nieuwe opleidingen heeft het groeiplan niet het verhoopte succes opgeleverd. We gaan ons nu eerst concentreren op deze vier nieuwe opleidingen (master materiomics, master verpleeg- en vroedkunde, master healthcare engineering, bachelor sociale wetenschappen), om deze de komende jaren succesvol te ontplooien, maar we kunnen het hierbij zeker niet laten. De 12 gevraagde opleidingen waren niet random gekozen, maar verpersoonlijken de absolute noden van de regio. We zullen met het nodige geduld en overleg voorstellen hieromtrent blijven op de onderhandelingstafel brengen. De UHasselt moet tegemoet kunnen komen aan de vraag naar gedegen onderwijs in bepaalde welgekozen disciplines, en dat op maat van iedere student. Momenteel zijn de kwetsbare jongeren die zich in een moeilijke socio-economische situatie bevinden al dan niet met een migratieachtergrond, nieuwkomers,… nog altijd ondervertegenwoordigd in het universitair onderwijs. Het zijn wel deze jongeren die demografisch een voor Limburg zeer specifiek grote groep vormen die medeverantwoordelijk zullen zijn voor de toekomst van de regio. We willen ons hiervoor engageren om deze jongeren de nodige kansen en ondersteuning te bieden om te kiezen voor een hogere opleiding door samenwerking met lokale en regionale organisaties zowel op gemeentelijke als provinciaal niveau.

 

Naast het streven naar reguliere, geaccrediteerde opleidingen, bekijken we ook of we niet meer zouden kunnen inzetten op zelfbedruipende masteropleidingen of bijvoorbeeld postgraduaten e.d. We denken dan spontaan in eerste instantie aan internationale Engelstalige masteropleidingen. Voor zover bekend bieden we dergelijke zelfbedruipende Engelstalige masteropleidingen amper of niet aan. Dat zouden overigens ook Nederlandstalige opleidingen kunnen zijn. We denken dat er daar nog een serieuze groeimarge is waar we expertise rond willen uitbouwen. De Engelstalige opleidingen zouden er bovendien toe bijdragen dat onze internationale studentenpopulatie verhoogt.

 

7. Ook op het vlak van onderwijs verhogen we onze internationale gerichtheid

 

Binnen ons onderwijs zien we nog veel kansen in en nood aan internationalisering.

 

Volgens de Times Higher Education Ranking 2020 hebben we 13% internationale studenten. Dat percentage moet omhoog. Binnen België heeft enkel de UGent een lager percentage. We hebben net al aangehaald dat nieuwe, zelfbedruipende, gespecialiseerde Engelstalige opleidingen daar mee toe kunnen bijdragen. We herhalen nog eens dat het feit dat we zo een laag aantal internationale studenten hebben, ook maakt dat we voor onze doctoraatsposities, die nu voor 45% worden ingevuld door buitenlandse doctorandi, grotendeels extern moeten rekruteren. Dat is niet volledig risicovrij.

 

Daarnaast moeten we er ook over waken dat onze nationale studenten de blik op de wereld durven werpen. We blijven daarom programma’s voor studentenmobiliteit als Erasmus+ (en de opvolging daarvan), Erasmus Belgica,… aanmoedigen en steken waar mogelijk een tand bij. Vaak is dat de eerste echte ervaring met internationalisering, die de studenten meedragen voor de rest van hun leven. 


[1] Zie ook een recent rapport over CLIL van de UCLL: https://www.ucll.be/sites/default/files/documents/lerarenopleiding/_eindrapport_pwo_clil.pdf.